De academische peiling van ArtGraduates richt zich deze keer op de Academie voor Beeldende Kunsten in Praag (AVU), op het atelier Schilderkunst 4, dat sinds 2018 door een docentenduo wordt geleid. Het gesprek volgt het vertrouwde stramien van onze peiling naar de kunstacademies, maar bij twee zo uitgesproken persoonlijkheden ontkomt het ook niet aan persoonlijker en scherpere blikken op de gang van zaken in de hedendaagse kunst.
Hoeveel kandidaten had uw atelier bij de laatste ronde, en hoeveel hebt u er aangenomen?
Marek: Ik geloof dat zich vorig jaar meer dan dertig kandidaten aanmeldden. Wij hebben er vier aangenomen.
Petr: Daaraan valt toe te voegen dat de AVU de laatste jaren een onlinesysteem gebruikt waarin we praktisch alle kandidaten zien, zodat we uit de hele school kunnen kiezen.
Hoe bent u bij het lesgeven terechtgekomen? Was dat een bewuste beslissing, parallel aan uw eigen artistieke praktijk, of kwam het geleidelijk?
Marek: Ik ben erbij gekomen doordat Jiří Černický me ooit vroeg zijn assistent te worden aan de UMPRUM (de Academie voor Kunst, Architectuur en Design in Praag). Daarna volgden de afzonderlijke stappen elkaar organisch op, tot het moment waarop Petr en ik de moed vonden om ons in te schrijven voor de selectie voor de leiding van het atelier Schilderkunst 4 aan de AVU. Dus ja, het was een bewuste beslissing. Ik was me min of meer bewust van wat ik deed. Maar het onbewuste beïnvloedt ons onbewust, dus ik kan niet zeker weten in welke mate en hoe.
Petr: In 2018 had ik mijn solotentoonstelling in de Galerie van de stad Třinec twee dagen te vroeg opgebouwd, dus in het park had ik alle tijd om te scrollen. Toen ik moest bedenken wie ik bij de selectie zou betrekken, stond Marek op de eerste plaats, met Jan Šerých en Václav Hájek vlak daarachter. Daarbij moet ik zeggen dat ik toen net een jaar klassikaal lesgeven achter de rug had aan ARCHIP, een Praagse architectuurschool die ik nu af en toe mis om haar helder afgebakende format en de grote pedagogische vrijheid die ze bood.

Zou u de toelatingsprocedure voor uw atelier kort kunnen beschrijven? En zodra studenten zijn toegelaten, in hoeverre nemen ze deel aan de gang van zaken in het atelier: hebben ze inspraak in de inhoud van het onderwijs, de keuze van gastsprekers of de algehele sfeer van het atelier?
Marek: De toelatingsprocedure volgt grotendeels de gangbare praktijk van de AVU. In de eerste ronde wordt dus het thuis gemaakte werk beoordeeld. De tweede ronde omvat een tekening van een hoofd, een schoolopdracht, een atelieropdracht, een toets kunstgeschiedenis en gesprekken met ons. Zodra studenten zijn toegelaten, nemen ze uiteraard tot op zekere hoogte deel aan de gang van zaken in het atelier. De uitdrukking ‘inhoud van het onderwijs’ is me niet helemaal duidelijk, want de studenten kiezen hun eigen doelen en dus ook de inhoud en de middelen. Vervolgens bespreken we het proces met hen en proberen we hun inspanningen min of meer te contextualiseren. De keuze van gasten stemmen we soms met hen af, soms niet. Soms zijn studenten ontevreden, maar niet altijd, en dat proberen we mee te wegen. Ontplooien studenten eigen activiteiten, dan verwelkomen we dat. We pakken de zaken altijd concreet aan, geval per geval. Een veralgemenend antwoord of een geformaliseerde oplossing hebben we niet. Studenten zijn enerzijds studenten, anderzijds zijn ze onze collega’s, en dienovereenkomstig gaan we met elkaar om.
Petr: Amen.
Welke ene eigenschap of welk criterium beschouwt u persoonlijk als het belangrijkste bij de keuze van kandidaten?
Marek: Intensiteit en een geloofwaardige belangstelling voor de zaak van de hedendaagse kunst.
Petr: Intensiteit en een geloofwaardige belangstelling voor de hedendaagse kunst.
Ruwweg, welk percentage van uw kandidaten bestaat uit duidelijk oudere studenten? En welk aandeel is buitenlands?
Marek: Oudere studenten hebben we behoorlijk wat. De categorie ‘buitenlanders’ kan ik waarschijnlijk niet goed in kaart brengen. Sommige studenten hebben één ouder die buiten de Tsjechische Republiek is geboren of woont. Anderen zijn buiten Tsjechië geboren, ook al wonen ze hier al lang. Tegelijk hebben we uitwisselingsstudenten van andere scholen en uit andere landen. De percentages veranderen in de loop van de tijd. Ik zou zeggen dat ze in beide categorieën als aanzienlijk kunnen gelden.
Petr: De binnenlandse scene begint zich ontegenzeglijk multicultureel te kleuren, wat geweldig en tegelijk lastig is, in die zin dat je voortdurend de artistieke canon moet herzien waarnaar we de aandacht proberen te trekken van wie uit verschillende landen komt. De kwestie van de passende taal lijkt me even wezenlijk als de poging tot dialoog met een generatie die zo’n drie decennia jonger is dan wij.

bioloog Stanislav Komárek, met een lezing over de verhouding tussen cultuur en natuur; wetenschapscommunicator Jan Rota, over het thema wetenschap en kennis op internet
Zou u enkele van uw afgestudeerden kunnen noemen die opvallend succes hebben geboekt in de hedendaagse kunstscene?
Marek: Als ik voor de AVU moet spreken, is voorlopig het duidelijkst zichtbaar Lucie Rosická. Van de UMPRUM zou ik bijvoorbeeld Filip Dvořák, David Krňanský of Gabriela Těthalová kunnen noemen. Ik ben er vast veel vergeten. Belangrijk is echter te vermelden dat velen door het atelier zijn gegaan en daarna naar een ander zijn overgestapt. Anderen begonnen in een ander atelier om bij ons af te studeren. We hebben dus geen bezitterige houding tegenover onze afgestudeerden en proberen altijd passende feedback te geven, naar onze mogelijkheden en aanleg. We gaan er ook van uit dat wat als succes geldt, met de tijd zal veranderen.
Petr: Ik voeg graag de namen toe van Samo Kollárik, die in Slowakije de prijs ‘Maľba roka’ (Schilderij van het jaar) van de VÚB-bankstichting won, en van János Vámos, die veelbelovend heen en weer beweegt op de as Tsjechië–Slowakije–Hongarije.
Zijn er onder uw afgestudeerden uitzonderlijk getalenteerde kunstenaars die volgens u meer erkenning verdienden, maar die om de een of andere reden niet kregen? Wat stond hun volgens u in de weg?
Marek: Zeker. Op een bepaalde manier verdient iedereen meer erkenning dan hij krijgt. Tegelijk is kunst altijd een onzekere onderneming, wat zowel haar voordeel als haar handicap is. Ik zal netjes blijven en geen namen noemen. In de weg kunnen bijvoorbeeld staan: gebrek aan geluk, aan financiële zekerheid, gebrek aan volharding, tunnelvisie, enzovoort. Tegelijk zijn velen in staat deze en andere negatieve punten tot op zekere hoogte in positieve waarden om te zetten. En anderen juist omgekeerd.
Petr: Ja, maar… De vraag is echter enigszins misleidend. De mate van erkenning wordt niet alleen bepaald door talent of persoonlijke inspanning, maar ook door een hele reeks sociale, maatschappelijke en institutionele factoren. Des te problematischer zou het daarom zijn om nieuwe ‘grenzen tussen succes en veronachtzaming’ te trekken door degenen te noemen die volgens mij meer erkenning verdienden dan anderen. Tegelijk is het gepast toe te voegen dat we pas de tweede lichting ‘eigen’ afstudeerders achter de rug hebben; het is dus wat beperkend om onze volledige zeven jaar aan de AVU te beoordelen, en in het algemeen zouden vooral anderen dat moeten doen.

Volgt u hoe het uw afgestudeerden vergaat, beroepsmatig, in de jaren na hun studie – bijvoorbeeld hoevelen actief blijven als professioneel kunstenaar? Verzamelt uw instelling gegevens over waar de afgestudeerden terechtkomen?
Marek: We volgen het van een afstand, we komen elkaar tegen in het kunstbedrijf. Soms blijven we in contact, soms niet. De AVU verzamelt niet veel gegevens, en zeker niet systematisch. Ook wordt er nauwelijks gedebatteerd over wat succes is en wat niet meer. Succes is in de kunst tenslotte een netelige zaak.
Petr: We praten graag met wie met ons wil praten. De AVU vult af en toe formele tabellen in overeenkomstig de eisen van het Ministerie van Onderwijs (MŠMT). Maar echte samenwerking met de alumni is feitelijk een luchtspiegeling, een fata morgana.
Omvat uw programma onderwijs gericht op digitale geletterdheid voor kunstenaars – het opbouwen van een online portfolio, het omgaan met sociale media of zelfpresentatie? Welke online platforms gebruiken uw studenten het vaakst om hun werk te tonen?
Marek: Daarover praten we af en toe ook. Ik denk dat in dit opzicht vaak juist de studenten ons, of eigenlijk mij, iets kunnen bijbrengen. Ze gebruiken vooral Instagram.
Petr: In het algemeen proberen we studenten te begeleiden naar het opbouwen van een eigen online portfolio, idealiter buiten de sociale media, die we opvatten als een grillig en tijdelijk instrument zonder controle door de maker.

Werkt uw atelier actief samen met galeries, musea of andere kunstinstellingen, zodat studenten al tijdens hun studie in contact komen met de echte praktijk?
Marek: Ik zou eerder zeggen dat we samenwerken met afzonderlijke curatoren en spelers uit de kunstwereld. Soms binnen het academische kader (opponenten, adviseurs, sprekers), soms daarbuiten (curatoren, organisatoren).
Petr: We geven de voorkeur aan persoonlijkheden boven instellingen.
In het kunstonderwijs wordt gesproken over de machtsdynamiek tussen docenten en studenten. Welke mechanismen bestaan er bij uw instelling om machtsmisbruik te voorkomen, en acht u ze toereikend?
Marek: Dat is een vraag als uit Minority Report. Voorkomen kan altijd maar tot op zekere hoogte. Een school is een hiërarchische structuur. Een docent heeft altijd een soort macht in handen die uitsluitend binnen de betreffende instelling geldt. Hij zou zich moeten houden aan de regels, wijzen en normen zoals die worden toegepast en uitgelegd in de schoolreglementen, in het wettelijke kader en zoals ze zich hebben gevestigd in de beginselen van fatsoenlijk gedrag. Daar streven we naar. We proberen bijvoorbeeld gezag en collegialiteit in evenwicht te brengen. En vele andere polariteiten.
Petr: Ha, ha. Als ik zou aanknopen bij Mareks vergelijking met Minority Report, dan zou ik zeggen dat in een systeem dat op de misdaad wacht, het grootste gevaar schuilt in de overtuiging dat we haar al hebben opgelost.

Een atelier met z’n tweeën leiden betekent voortdurend een gezamenlijk standpunt bepalen tegenover de studenten. Waarin is het duo een voordeel en wanneer juist een complicatie? Komt het voor dat u het fundamenteel oneens bent over de beoordeling van een werk?
Marek: Ons gezamenlijke standpunt bestaat er juist in dat we het niet tegen elke prijs eens hoeven te zijn en dat de verschillen die we naar voren brengen een student kunnen tonen dat je tegenover het besproken probleem, tegenover het geïnterpreteerde werk, uiteenlopende standpunten kunt innemen. Soms heel uiteenlopend, soms maar een beetje. Ja, dus het gebeurt dat we het af en toe oneens zijn. Het hangt altijd af van hoe ver we in detail gaan.
Petr: We hechten aan een breed spectrum van studenten, wat volgens mij bij een atelierleiding door één persoon erg moeilijk, zo niet onmogelijk zou zijn. Persoonlijk beschouw ik dat als een pluspunt van onze aanwezigheid op de school en tegelijk merk ik dat het een orde van grootte meer aandacht en pedagogische inzet vergt dan ik me van mijn eigen docenten herinner.
Petr, naast uw eigen werk houdt u zich al lang bezig met de economische positie van kunstenaars – als voormalig voorzitter van de vereniging Skutek (een Tsjechische kunstenaarsvakbond) en pleitbezorger van het principe van het ‘percentage voor kunst’, en ook als medemaker van de podcast PO AVU. In 2024 verscheen uw monografie Oddělení malby (Afdeling Schilderkunst). Wat baart u vandaag de dag de meeste zorgen aan de gang van zaken in de kunst, en wat zou u er als eerste aan veranderen?
Petr: Ik weet niet zeker of de inleiding van de vraag niet duizend verschillende uitvluchten creëert, maar wat me verreweg de meeste zorgen baart, is de digitale virtualisering van de kunst. Oftewel het verlies van aandacht voor fysieke werken, de overgang naar een flikkerende onlineomgeving en, daartegenover, de massale commodificatie van kunst en beeld. Toch houd ik van het fysieke beeld en van de ervaring van het schilderen als traag medium, want ik ben nog altijd gefixeerd op Walter Benjamins begrip ‘aura’. Benjamin betoogde dat de wezenlijke aura van het kunstwerk verloren gaat in het tijdperk van de mechanische reproductie, omdat de reproductietechnieken het gereproduceerde object losmaken van de traditie waaruit het oorspronkelijk voortkwam. Benjamins ‘hier en nu’, dat wil zeggen zijn verankering in een concrete plaats, tijd, geschiedenis en rituele context, zou ook voor de komende generaties kunstenaars van cruciaal belang moeten blijven.

Naast kunst wijdt u zich met passie aan het vliegvissen en het wielrennen, en u interesseert zich voor mode. Wat is voor u persoonlijk het belangrijkst, waarvan zou u als laatste afstand doen? En moedigt u ook uw studenten aan om buitenartistieke interesses te cultiveren?
Petr: Op de eerste plaats stonden voor mij altijd het vliegvissen en het wielrennen, gevolgd door mode. Ook daarom heb ik me logischerwijs ingeschreven voor een opleiding aan een kunsthogeschool. (Glimlach van Jiří David.) Maar als ik serieus moet antwoorden: hoezeer ik ook de indruk heb dat de geactualiseerde rol van docenten er vandaag juist in bestaat de aandacht van studenten zo veel mogelijk naar de kunst te trekken, denk ik dat Marek en ik allebei proberen studenten vanuit verschillende invalshoeken te tonen dat ‘er ook leven is achter het gordijn van de kunst’. In de praktijk betekent dat dat via externe ontmoetingen een hele reeks mensen uit heel andere vakgebieden dan de kunst door het atelier is gekomen. Van een bioloog, een rechtstheoreticus, een literair vertaler, een filosofe, een rapper en een youtuber tot een wetenschapscommunicator. In het najaar plannen we een interne workshop over reproductiefotografie en een debat over prijsstelling voor de studenten.

Marek, u bent medeoprichter van de groep Rafani en in uw eigen werk beweegt u zich tussen verschillende media, vaak met nadruk op conceptueel werk met taal. Hoe werkt de ervaring van de collectieve, niet zelden confronterende praktijk van de Rafani door in hoe u vandaag lesgeeft – en in wat u beschouwt als zinvol schilderen?
Marek: Behoorlijk, waarschijnlijk, want het werk binnen de Rafani draaide om het voortdurend verwoorden van de eigen bedoelingen en om het vermogen je af te stemmen op de intentie van de ander. Ook moet je de artistieke resultaten van de Rafani, die niet zelden confronterend konden overkomen, onderscheiden van de communicatie die tot die resultaten leidde en die het conflict van standpunten trachtte onder te schikken aan een vooraf uitgezet gemeenschappelijk doel. Dat komt ook in onze pedagogische activiteit van pas. Ik zou er verder aan willen toevoegen dat het me niet gaat om zinvol schilderen op zich, maar om zinvolle artistieke activiteit in het algemeen, waarvan ook dat verdraaide schilderen deel uitmaakt.
In april 2026 gaf de bredere leiding van de AVU een verklaring uit volgens welke culturele instellingen in Tsjechië onder economische en ideologische druk staan en volgens welke het gaat om een aantasting van de grondslagen van de democratische samenleving. Als docenten aan diezelfde academie – hoe ervaart u deze situatie vanuit het perspectief van het atelier en van uw studenten?
Marek: Democratie is altijd een eindeloze onderhandeling. Tegelijk praten we soms te veel over wat we zouden willen, en te weinig over de taken die we hebben. Vanwege de grote woorden vergeten we ook vaak de concrete stappen: hoe we ons binnen de school organiseren, hoe de kunstscene en haar spelers functioneren, welke concrete mechanismen te verbeteren zouden zijn. Altijd is er klein, geduldig werk nodig, deelstappen en belangstelling voor de publieke zaak, die verder reikt dan het eigen kunstenaarschap.
Petr: Het heden – of beter gezegd ANO (de populistische partij van Andrej Babiš), gemaskeerd door de Motoristé en de SPD (de Tsjechische extreemrechtse partij ‘Vrijheid en directe democratie’), met het eindeloze spektakel van rage baits dat daarbij hoort – hebben we als vertegenwoordigers van het cultuurfront grotendeels aan onszelf te danken. Het is een onaangename maar logische vergelding voor de jaren waarin we niet consequent onderscheid wisten te maken tussen het verdedigen van de fundamentele beginselen van hoe de kunst functioneert en goedkope kritiek op het toenmalige cultuurbeleid. Doordat we beide niveaus vaak vermengden, hebben we er zelf toe bijgedragen dat een legitiem debat over de zin van publieke steun aan cultuur geleidelijk veranderde in een ruimte voor simpele politieke kortsluitingen, ressentiment en mediageniek provoceren. Dat verandert niets aan het feit dat ik elke ochtend uit een boze droom ontwaak met de vraag of het al voorbij is, en dat ik me terdege bewust ben dat een mens alleen dat deel van de strijd kan dragen waarvoor hij de ruimte en de middelen heeft. Tegelijk merk ik dat de binnenlandse hogescholen tegenwoordig veel te ver van de maatschappelijke realiteit staan, en daarmee van de uitdagingen van het heden, en dat hun zelfbestuur werkelijk een passende herziening vergt. Het verschil tussen leven op een (zelf)kritisch eiland van positieve deviatie en louter overleven op een muf (zelf)referentieel eiland midden in het academische moeras lijkt me wezenlijk.

Tot slot – welk advies zou u jonge kunstenaars aan het begin van hun weg geven? Wat is er nodig om vol te houden en een duurzame loopbaan in de hedendaagse kunst op te bouwen?
Marek: Enthousiasme, uithoudingsvermogen en verstand.
Petr: Geloven dat ook ogenschijnlijk maatschappelijk waardeloze dingen een waarde hebben die met andere middelen moeilijk te vervangen is.
Bedankt voor het gesprek!