Marisa Ravalli is curator en galeriste. Haar carrière strekt zich uit van het Praag van de jaren negentig — waar ze historische tentoonstellingen organiseerde in de Galerie Nová Síň en het idee voor het FUTURA Centre for Contemporary Art bedacht — tot de woestijn van New Mexico, waar ze eind 2024 INHABIT Galerie opende. We spraken over het opbouwen van een onafhankelijke galerie vanuit het niets, over kunstprojecten met gedetineerde tieners, de druk van de Trump-politiek, en over waarom Marisa liever over kunst praat met onbekenden die van de straat binnenlopen dan achter Instagram-algoritmes aan te jagen.
U heeft FUTURA in 2003 in Praag mede opgericht, in een tijd waarin onafhankelijke kunstplekken sloten en de overheidsfinanciering voor kunst terugliep. Opvallend genoeg gebeurt er op dit moment iets heel vergelijkbaars in Tsjechië — galerieën hebben het financieel moeilijk, plekken als Caesar in Olomouc en Polansky Gallery gaan dicht. Hoe is de situatie voor onafhankelijke galerieën in New Mexico? Is het een gunstig klimaat voor kunstplekken?
Allereerst: bedankt voor de uitnodiging — ik doe graag mee! Particuliere galerieën voor hedendaagse kunst zijn er hier in Albuquerque niet veel. Santa Fe heeft meer en grotere privaat gefinancierde instellingen, en de musea daar worden door de staat gesubsidieerd. De situatie is natuurlijk overal lastig, en vaste verzamelaars zijn er hier ook niet veel. Santa Fe zit beter, het is een stad die prettiger is voor voetgangers, maar bedrijfsruimtes zijn moeilijk te vinden en de huurprijzen zijn waanzinnig hoog. De mensen in New Mexico houden van kunst, en er wonen en vestigen zich hier ontelbaar veel kunstenaars. Ik krijg steeds meer bezoekers, dus de behoefte en de belangstelling zijn duidelijk aanwezig.
Bestaan er in de Verenigde Staten subsidies of overheidssteun voor particuliere galerieën?
Ik kan niet voor heel New Mexico spreken, elke stad is anders. Het lijkt erop dat er in kleinere steden die een nieuwe kunstscene proberen op te zetten meer kans is op financiering. Op staatsniveau bestaan er fondsen, maar de concurrentie is enorm, en een particuliere galerie kan pas een aanvraag indienen na drie jaar — en zelfs dan is er niets gegarandeerd, slechts een paar plekken worden geselecteerd. In sommige kleinere steden is er ook een programma dat „Main Street" heet — een landelijke organisatie die middelen heeft voor promotie en reclame ter ondersteuning van kleine bedrijven. Maar privaat blijft privaat, en non-profitorganisaties krijgen altijd voorrang — ongeacht hun werkelijke niveau of programmering — en zelfs die moeten naar andere financieringsbronnen zoeken.
Heeft het huidige beleid van Donald Trump invloed op de galeriescene of de kunstwereld?
Waar moet ik zelfs beginnen? Het zit in elke hoek, in elke kier — er is geen ontkomen aan. Het is het eerste waarmee we worden geconfronteerd als we wakker worden en het laatste wat we zien voordat we gaan slapen. Elk gesprek draait eromheen, en de meeste kunstenaars en mensen uit de kunstsector voelen zich machteloos. Het is ongelooflijk slopend! Het enige wat we kunnen doen is de problemen benoemen en vechten voor ons bestaan en onze toekomst, elkaar steunen om deze tirannie en poging tot dictatuur te doorstaan.
Het project „Field of Hearts" — ongeveer 180 hartvormige werken gemaakt door lokale tieners van 12 tot 19 jaar, onder wie gedetineerden in het jeugddetentiecentrum van Bernalillo County — is een zeer ongebruikelijk initiatief voor een galerie. Hoe is deze samenwerking tot stand gekomen en hoe werd het ontvangen?
Wat leuk dat jullie daarnaar vragen! De galerie was splinternieuw en ik wilde iets doen om de lokale gemeenschap bij de kunst te betrekken. Het project werd buiten voor de galerie gepresenteerd, dus dag en nacht toegankelijk voor iedereen. Bovendien zaten we hier net onder het nieuwe overheids-„regime" en was de stemming heel somber. Oorspronkelijk wilde ik het project met de plaatselijke basisschool doen, maar de leraren hadden geen interesse. Dus heb ik het breder verspreid en een organisatrice van een kerk in Albuquerque meldde zich. Ze vertelde dat ze eens per maand samenkomen met een groep „moeilijke" jongeren — kinderen van de straat, uit pleeggezinnen en uit het jeugddetentiecentrum. De samenwerking was geweldig, en iedereen wilde meedoen!
Ik vond het mooi om de macht terug in hun handen te leggen en hun stemmen te laten horen. Dit zijn kinderen tegen wie altijd neerbuigend wordt gepraat en naar wie niemand luistert — hier kregen zij de kans om de scheppers te zijn en anderen te inspireren. De buurtbewoners genoten van het „Hartenveld" en het was verdrietig, ontroerend en inspirerend om al hun verschillende reacties te lezen! Ik zou graag meer van dit soort projecten doen, maar nu de galerie op volle toeren draait, heb ik nauwelijks tijd om het reguliere programma en de ruimte te beheren.
In sommige van uw tentoonstellingen zijn Tsjechische kunstenaars te zien — bijvoorbeeld Anna Hulačová in de tentoonstelling HIVE/BUZZ. Bent u van plan meer Tsjechische en Europese kunst naar New Mexico te brengen? En hoe ontdekt en selecteert u nieuwe kunstenaars voor uw tentoonstellingen?
Ik zou heel graag meer Tsjechische en Europese kunstenaars tonen — eigenlijk kunstenaars van overal! Op dit moment laat ik werk zien van Sharon Kivland, die in Zuid-Frankrijk woont. Ik ken Sharon al jarenlang, wat het natuurlijk makkelijker maakt. Met zo'n beperkt budget moet ik rekenen op hulp van vrienden en bij elke tentoonstelling roeien met de riemen die ik heb, totdat ik financiering kan krijgen en een kring van verzamelaars kan opbouwen die de Galerie regelmatig steunen.
Tot nu toe heb ik kleine groepstentoonstellingen gemaakt met een heel gericht concept. Het was prachtig om kunstenaars te verbinden die op een vergelijkbare manier of rond vergelijkbare thema's werken — de meesten hadden elkaar nooit ontmoet of hadden alleen van elkaars werk gehoord. Ik probeer nauw samen te werken met de kunstenaars, en zo rijpen de tentoonstellingen geleidelijk. Ik schrijf ook open oproepen uit in Amerikaanse tijdschriften en sta altijd open voor nieuw werk. Ik realiseer de tentoonstellingen met een minimaal budget — het is bijna een wonder wat ik tot nu toe voor elkaar heb gekregen, en dat alleen dankzij de kunstenaars zelf en hun bereidheid om mij te vertrouwen.
Uw partner Jiří Příhoda — winnaar van de Jindřich Chalupecký-prijs, die heeft samengewerkt met Brian Eno en heeft tentoongesteld in het Rudolfinum — ontwierp de installatie voor uw openingstentoonstelling „Ladies and Gentleman". Hoe werkt jullie professionele samenwerking? Is het makkelijk om met je partner samen te werken?
Jirka helpt wanneer hij hier is en kan. Hij heeft zijn eigen drukke carrière en woont voornamelijk in Praag. Ik ben dol op zijn gevoel voor tentoonstellingsontwerp, en we zijn een fantastisch team! Een van onze eerste gezamenlijke projecten was „Music for Prague" — een samenwerking tussen Brian Eno en Jirka. Ik vond het geweldig om kunstenaars uit andere landen uit te nodigen naar een net geopende Tsjechische Republiek, zodat ze konden samenwerken met kunstenaars die ze nooit eerder hadden kunnen ontmoeten, en andersom. Ik zou heel graag dat soort tentoonstellingen blijven maken — maar heb daar betere financiering voor nodig.
FUTURA heeft bijna twintig jaar bestaan — het groeide uit tot een van de grootste non-profit centra voor hedendaagse kunst in Tsjechië, met residentieprogramma's in Praag, Brooklyn en op kasteel Třebešice. Wat is er voor u anders aan het opbouwen van een galerie die „helemaal van uzelf" is?
Het antwoord is simpel: geen compromissen! Ermee beginnen was best een schok. Ik denk dat ik gewoon in paniek raakte toen Trump werd herkozen en voelde dat dit de enige manier was om de komende vier jaar bij mijn verstand te blijven! En daar kwam nog bij dat, nog steeds in de nasleep van COVID, sommige mensen met een mondkapje de Galerie binnenkwamen en dat nog steeds doen. Mensen ertoe bewegen om weer naar buiten te gaan en naar openingen te komen ging langzaam en moeizaam.
Het dagelijkse reilen en zeilen van de Galerie is zo eenvoudig, en ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen. Wat een opluchting om niet voortdurend te hoeven kibbelen en ruziën over onbenulligheden! Ik kan ook nakomen wat ik beloof zonder excuses te hoeven maken voor andermans onbekwaamheid. Als er iets misgaat — dan is dat mijn verantwoordelijkheid. Natuurlijk zou het fijn zijn om meer hulp te hebben. Alles groeit zo snel dat ik het nauwelijks kan bijbenen. Misschien neem ik op den duur iemand erbij, gezien hoe het zich allemaal ontwikkelt. Het draait vooral om het werk en om mensen naar binnen te krijgen om het te zien. Het is geweldig om elke dag zulke enthousiaste reacties te horen en zoveel nieuwe mensen te ontmoeten.
INHABIT Galerie is sterk lokaal verankerd — u ondersteunt kunstenaars uit New Mexico en bouwt aan een gemeenschap in Corrales. Tegelijkertijd leunen veel jonge beeldend kunstenaars tegenwoordig sterk op Instagram en andere sociale media om hun carrière op te bouwen. Hoe kijkt u tegen deze dynamiek aan? Helpt online zichtbaarheid de galerie om een breder publiek te bereiken, of is het persoonlijke contact voor u belangrijker?
Het is absoluut een combinatie van beide, en allebei even belangrijk. Ik vind het cruciaal om je bewust te zijn van de beperkingen van sociale media en algoritmes. Een miljoen volgers — die krijgen alleen degenen die betalen voor boosts en gesponsorde advertenties, en ik ben niet van plan om de miljardairs nog meer geld toe te stoppen! Ik beoordeel kunstenaarspagina's niet op die cijfers of op het aantal likes. Ik kijk gewoon naar het werk en probeer de reclame te negeren. Zelf gebruik ik geen enkele vorm van sociale media en ik heb geen tijd om naar katjes te kijken die pizzadeeg kneden! Maar ik vind het fijn dat ik kan scrollen en nieuwe kunstenaars kan ontdekken wanneer het uitkomt. Toch blijft de persoonlijke ervaring voor mij het allerbelangrijkst.
We mogen niet toestaan dat kunstplekken sluiten en dat kunst alleen nog via internet wordt bekeken. Kunst moet beleefd worden! Elke dag voer ik in de Galerie fantastische nieuwe gesprekken over de getoonde werken — niets kan dat vervangen. Een van de belangrijkste doelen van de Galerie is een breder publiek bereiken — mensen die normaal niet naar musea gaan of zelfs helemaal geen interesse in kunst hebben. Ik wist niet zeker of dat kon, maar elke dag wandelt er iemand nieuw naar binnen en vraagt: „Wat is dit hier?" Ik heb mensen zien huilen, sommigen zeiden dat de werken hun leven hadden veranderd. Mensen raken meer betrokken, willen begrijpen, er ontstaan nieuwe gesprekken.
Ik moet toegeven dat ik tegenwoordig het grootste deel van mijn dag besteed aan het praten over de tentoongestelde werken. Ik verwelkom persoonlijk iedereen die binnenkomt en zeg dat ik er ben om alle vragen te beantwoorden. De tijd van de koude, lege witte kubussen met alleen een arrogante, onderbetaalde medewerker achter een bureau is voorbij. Over kunst hoort gepraat te worden! Ik wil een nieuw soort galerie-ervaring creëren — een waarin de bezoeker niet alleen toeschouwer hoeft te zijn, maar ook deelnemer kan worden en een relatie kan opbouwen met hedendaagse kunst.
Bedankt voor het gesprek, Marisa!